
Mijn vorige blog eindigde met de constatering: inclusie is geen exclusief politieke waarde. Het raakt iets fundamentelers: het idee dat verschillen mogen bestaan, zolang ze niet leiden tot ongelijkheid.
In de gemeenteraad ligt nu de Lokale Inclusie Agenda (LIA) voor. Wat deze agenda zo sterk maakt, is de manier waarop zij tot stand is gekomen. Bijna tweehonderd inwoners, organisaties en beleidsmakers hebben samen de koers bepaald. Allen zijn belanghebbenden bij een inclusief beleid. Het was een zeer brede groep, vrij om toe te treden tot de werkgroep; de uitnodiging stond voor iedereen open. Zogenoemde ‘inclusieve co-creatie’.
De agenda bevat zes thema’s:
- Inclusief onderwijs en ontwikkeling
- De inclusieve arbeidsmarkt
- Inclusie in cultuur, sport, vrije tijd en bewegen
- De inclusieve buurt
- Welzijn en zorg in een inclusieve samenleving
- Dienstverlening, communicatie en participatie
De gemeenschappelijke visie is helder: niet het individu moet zich aanpassen, maar de samenleving moet zo worden ingericht dat iedereen optimaal kan meedoen.
Dat is een waardevol uitgangspunt. De kern van onze democratie is immers niet dat we het overal over eens zijn, maar dat we een manier vinden om vreedzaam en respectvol samen te leven. Juist wanneer de verschillen groot zijn.
Vanuit een sociaal-liberaal perspectief staan individuele vrijheid en de gelijkwaardigheid van ieder mens centraal. Vrijheid is pas echte vrijheid als iedereen die ook daadwerkelijk kan benutten. Dat is één van de redenen waarom ik lid ben van D66.
Dat perspectief schuurt soms met partijen die hun visie op inclusie baseren op specifieke religieuze interpretaties of sterk geworteld zijn in het maatschappelijk middenveld. De nadruk op een zorgzame samenleving kan dan botsen met bredere inclusie-eisen die voor iedereen gelijk gelden.
Hoe voeren we dit gesprek in de gemeenteraad zonder de polarisatie op te zoeken?
Het begrip inclusie is geworteld in artikel 1 van onze Grondwet en in het VN-verdrag inzake de rechten van mensen met een beperking. Ik begrijp dat we vanuit verschillende levensbeschouwingen naar de samenleving kijken. Voor mij is dit een agenda van individuele vrijheid.
Los van ideologische verschillen hebben wij als lokale politici de democratische plicht om barrières weg te nemen. Of je nu handelt vanuit de sociaal-liberale overtuiging dat iedereen gelijke kansen verdient, of vanuit de morele verantwoordelijkheid om voor je naasten te zorgen: het resultaat moet hetzelfde zijn. Namelijk dat in Bodegraven-Reeuwijk niemand voor een gesloten deur komt te staan.
Laten we de discussie niet polariseren langs onze verschillen, maar ons verenigen in de uitvoering: een toegankelijke gemeente voor álle inwoners.
Welke barrière in onze gemeente moeten we volgens jou als eerste aanpakken?