Samen. Doen. Voor iedereen?

Het coalitieakkoord 2026-2030 maakt een begrijpelijke keuze, maar twee risico's verdienen aandacht

Het nieuwe coalitieakkoord van Bodegraven-Reeuwijk kiest fundamenteel voor een samenleving waarin inwoners, gezinnen, verenigingen en netwerken zoveel mogelijk zelf verantwoordelijkheid nemen. De overheid ondersteunt waar nodig, maar staat niet automatisch op de eerste plaats. Die keuze is op zichzelf niet verkeerd.

Veel inwoners ervaren dagelijks dat sterke buurten, verenigingen, vrijwilligers en mantelzorgers van grote waarde zijn. Een samenleving waarin mensen naar elkaar omkijken is iets om te koesteren. Ook de nadruk op preventie en vroegsignalering is begrijpelijk. Problemen voorkomen is vaak beter dan problemen achteraf oplossen (preventie).

Toch zie ik twee belangrijke risico's die in het coalitieakkoord onvoldoende worden uitgewerkt.

 

Risico 1: Is de ambtelijke organisatie klaar voor deze koers?

Een bestuursfilosofie is alleen succesvol wanneer de organisatie die haar moet uitvoeren daar ook daadwerkelijk toe in staat is. Juist daarom vond ik het opvallend dat gemeentesecretaris Karin Cornelissen aangeeft dat de ambtelijke organisatie nog volop in ontwikkeling is. In berichtgeving van Kijk op Bodegraven-Reeuwijk over het ambtelijk apparaat wordt beschreven dat er achterstanden zijn vastgesteld op het gebied van participatie, leiderschap, financiën, ambtelijk vakmanschap, beleid en processen. Ook wordt gesproken over een meerjarig verbetertraject om de organisatie verder te versterken. De organisatie werkt hard aan professionalisering, maar is volgens haar nog niet op het niveau waarop zij uiteindelijk wil uitkomen.

Dat is geen verwijt aan de medewerkers. Zeker niet. Het laat zien dat er veel werk wordt verzet om de organisatie verder te versterken.

Maar het roept wel een belangrijke vraag op. Het coalitieakkoord kiest voor een aanpak waarin vroegsignalering, samenwerking tussen domeinen, regievoering en maatwerk centraal staan. Dat vraagt veel van een organisatie. Het vraagt voldoende capaciteit, kennis, samenwerking en uitvoeringskracht.

Wanneer tegelijkertijd wordt aangegeven dat de organisatie nog niet volledig op sterkte is, ontstaat een risico dat ambities en uitvoeringsmogelijkheden uit elkaar gaan lopen omdat de organisatorische basis nog niet stevig genoeg is.

 

Risico 2: Niet iedere inwoner ervaart Bodegraven-Reeuwijk als weerbaar en veilig

Het coalitieakkoord spreekt over een weerbare en veilige samenleving. Dat beeld zal voor veel inwoners herkenbaar zijn. Onze gemeente kent een rijk verenigingsleven, veel vrijwilligers en sterke sociale verbanden. Maar de vraag is of dit voor alle inwoners geldt.

Onderzoeken van het Sociaal en Cultureel Planbureau laten al jaren zien dat zelfredzaamheid niet voor iedereen vanzelfsprekend is. Participatie hangt af van wat mensen kunnen, willen, mogen en welke hulpbronnen zij tot hun beschikking hebben. Niet iedereen beschikt over een sterk sociaal netwerk, voldoende vaardigheden of een goede gezondheid. Daardoor kunnen bepaalde groepen buiten beeld raken wanneer te veel wordt uitgegaan van de kracht van de individu in de samenleving.

Denk bijvoorbeeld aan:

  • Inwoners zonder sociaal netwerk
  • Ouderen die weinig ondersteuning uit hun omgeving ontvangen
  • Mensen met psychische problemen
  • Mantelzorgers die al zwaar belast zijn
  • Eenoudergezinnen die zich al overbelast voelen
  • Inwoners met beperkte basisvaardigheden of gezondheidsvaardigheden; Uit het dashboard Basisvaardigheden in Zicht blijkt dat ook in Bodegraven-Reeuwijk een bovengemiddelde groep inwoners moeite heeft met taal, rekenen en vaak ook digitale vaardigheden.
  • Inwoners met een migratieachtergrond
  • Inwoners met een wantrouwen jegens instanties en overheden
  • Inwoners met een combinatie van persoonlijke omstandigheden en structurele, institutionele belemmeringen. Deloitte/AVS stelde hier een impactmeting over op.

Voor al deze groepen kan een samenleving onveilig en onbereikbaar voelen. Zij ervaren soms juist drempels om hulp te vragen, ondersteuning te organiseren of mee te doen. En dit kan dan juist leiden tot stress en verlies van kwaliteit van leven.

Dat betekent niet dat de keuze voor meer eigen verantwoordelijkheid verkeerd is. Het betekent wel dat die keuze alleen succesvol kan zijn wanneer helder wordt gemaakt voor welke inwoners zij realistisch is en voor welke inwoners aanvullende ondersteuning noodzakelijk blijft.

 

De kern van de discussie

Mijn zorg gaat daarom niet over de keuze voor preventie, participatie of zelfredzaamheid. Dat zijn waardevolle uitgangspunten, passend bij het sociaal-liberaal gedachtegoed van D66.

De kernvraag is of de coalitie voldoende heeft onderbouwd waarom deze bestuursfilosofie juist de komende 4 jaar passend is voor Bodegraven-Reeuwijk. 

  • Welke gegevens laten zien dat onze samenleving sterk genoeg is om meer verantwoordelijkheid te dragen? 
  • Welke groepen lopen risico om buiten de boot te vallen? 
  • En hoe wordt gemeten of deze aanpak daadwerkelijk werkt?

Een coalitieakkoord hoeft niet alle antwoorden te bevatten. Maar wanneer een fundamentele bestuurlijke keuze wordt gemaakt mag wel worden verwacht dat duidelijk wordt gemaakt waarop die keuze is gebaseerd en hoe de gemeenteraad straks kan beoordelen of zij succesvol is.

Dat debat verdient de komende jaren blijvende aandacht. Uiteindelijk telt of alle inwoners van Bodegraven-Reeuwijk daadwerkelijk kunnen meedoen.