
Ik heb het vaak over zzp’ers en eenmanszaken. Niet voor niets, want de afgelopen jaren is er enorm veel over hen te doen geweest. Denk aan de Wet DBA en het hardnekkige argument dat zzp’ers onderverzekerd zouden zijn en daarmee een risico vormen voor de toekomst.
In het nieuwe coalitieakkoord 2026–2030 klinkt de visie van D66 op dit punt duidelijk door: ‘Ruimte voor zzp’ers. Schijnzelfstandigheid wordt aangepakt door de conceptwet VBAR op te splitsen en een rechtsvermoeden van werknemerschap in te voeren. Het resterende deel wordt zo snel mogelijk vervangen door de Zelfstandigenwet.'
Tot nu toe leunde alles zwaar op het Burgerlijk Wetboek en bijbehorende jurisprudentie; artikel 7:610 BW stelt dat er sprake is van een arbeidsovereenkomst als arbeid persoonlijk wordt verricht, onder gezag, tegen loon en gedurende een zekere tijd. Alle elementen moeten aanwezig zijn.
Maar wat daarin ontbreekt is werkplezier.
- Niets over vrouwelijke ondernemers die naast hun bedrijf ook thuis alle ballen in de lucht houden
- Niets over mensen met een aandoening die prima kunnen ondernemen, maar wel op hun eigen moment en manier
- Niets over de sociaal bewogen eenmanszaak die, soms met een klein team, bewust risico’s durft te nemen
- Niets over de digitale nomade die keihard werkt en dat doet vanaf een plek waar velen alleen van dromen.
Wederom vind ik de woorden van Hans Vijlbrief verfrissend. Hij neemt alvast een voorschot op de voorgestelde Zelfstandigenwet: ‘Er zijn ook een heleboel mensen die als zzp’er werken en dat met plezier doen. Gaan we die mensen nu het leven onmogelijk maken? Ik neig zelf meer naar de liberale kant: geef die zzp’er gewoon de rol waarvoor hij of zij gemaakt is, flexibiliteit. Doe daar ook niet zo truttig over.’
Misschien is dat wel precies wat het debat nodig heeft: minder angst, goed uitvoerbare regels en meer vertrouwen in mensen die bewust kiezen voor zelfstandig ondernemerschap.